Leerplan rijles

Deel 2: Rijden op de weg

Rijden op de weg

Wegrijden en stoppen uit parkeerstand

Kijktechniek

Voordat je vanaf de rechterkant van de weg wegrijdt: binnenspiegel, voor, linkerbuitenspiegel en links over de schouder. Wegrijden vanaf de linkerkant van de weg: binnenspiegel, voor, rechter buitenspiegel, rechts over de schouder. Observeer tijdens het wegrijden het verkeer achter je door de binnenspiegel en beide buitenspiegels te controleren. Voordat je aan de rechterkant van de weg stopt: binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en rechterschouder (dode hoek).

Let op: de dode hoek zit naast de auto, niet achter de auto. Je schouders blijven in de stoel en je beweegt alleen je hoofd en ogen “over je schouder”.

Voorrang

Wegrijden uit een geparkeerde positie wordt beschouwd als een “speciale manoeuvre”. Bij speciale manoeuvres hebben alle andere weggebruikers voorrang op jou.

Geven van signalen / communicatie

Je geeft richting aan naar links als je vanaf de rechterkant van de weg vertrekt en richting naar rechts als je vanaf de linkerkant van de weg wegrijdt. Moment van richting aangeven: je geeft richting aan wanneer je van plan bent weg te rijden. Je geeft richting aan naar rechts, nadat je spiegels / dode hoek hebt gecontroleerd, voordat je aan de rechterkant van de weg stopt. Voor links vice versa.

8 Wegrijden na een stop in het verkeer

Dit wordt niet als een bijzondere manoeuvre beschouwd. Deze stops komen vaak voor en kunnen soms ook gevaarlijke situaties opleveren (fietsers!). Voorbeeld: wegrijden na een stop voor een verkeerslicht of zebrapad (vop).

Kijktechniek

Let vooral op weggebruikers naast de auto voordat je wegrijdt (voetgangers, fietsers en bromfietsers): controleer je zijspiegels voordat je wegrijdt.

9 Kijktechniek

Essentiële vaardigheid voor een autobestuurder. Dit is een vaardigheid die ook na het behalen van je rijbewijs meestal steeds beter zal worden.

Informatie verkrijgen en verwerken

Doel van de kijktechniek is om zo vroeg mogelijk (verkeers)informatie te verkrijgen. Relevante informatie is meestal:

  1. Posities van andere weggebruikers.
  2. Borden en wegmarkeringen.
  3. Het wegverloop.
  4. Kruispunten en (verborgen)zijstraten op kruispunten.
  5. Conditie van de weg.

Scannen

Wees je bewust van wat er voor, achter en naast de auto gebeurt. Eigenlijk moet je proberen in een soort observatie modus te komen. Herhaal hiervoor deze stappen constant:

  • Kijk ver vooruit. Kijk niet naar de grond. Richt je blik ook niet op de grond als je ver kijkt, doe je ogen omhoog en richt je blik op de horizon. Zo zie je op tijd: verkeersborden, andere weggebruikers en het wegverloop.
  • Beweeg je hoofd en ogen. Kijk breed. Zoek naar verkeer aan de kant van de weg (voetgangers, kinderen) en zijstraten / uitritten.
  • Kijk voor de auto, kijk of je geen informatie hebt gemist (verborgen zijstraten / borden) en controleer je positie op de weg (markeringen op de weg).
  • Controleer je spiegels, elke 5-8 seconden. Observeer het verkeer achter je (bumperklevers / inhalende bestuurders).
  • Controleer je binnenspiegel voordat je vertraagt of stopt.
  • Kijk (staar) niet te lang in één richting tijdens het autorijden, vertraag (indien nodig) en blijf observeren.
  • Als je kruispunten controleert, begin dan met zo breed mogelijk de zijstraat in te kijken, dit geeft je de meeste informatie. Gebruik je zijramen voor optimaal zicht naar de zijkanten. Je kunt het verschil zien in de eenvoudige tekening op de volgende pagina: de bestuurder met de grijze zichtlijnen mist de informatie over de twee naderende auto’s.

Handelingsanalyse

Scannen
1. Kijk ver vooruit, minimaal 200 meter.
2. Kijk terug dichterbij en wijd, in een zigzaggende beweging.
3. Controleer je spiegels
4. Herhaal dit proces

Vertragen
1. Controleer de binnenspiegel.

 

10 Plaats op de weg

Dit is ook een essentiële vaardigheid voor een veilige bestuurder. Je zult zien dat deze vaardigheid, naast de kijktechniek, in alle onderdelen van verkeersdeelneming (Deel 4) terugkomt.

  •  We rijden zoveel mogelijk aan de rechterkant van de weg.
  • Houd voldoende afstand tussen de auto en de stoeprand, geparkeerde auto’s en andere weggebruikers. Een geopend portier (+/- 1 meter) is een veilige afstand tussen obstakels / andere weggebruikers.
  • Als de weg meerdere rijstroken heeft, rijd je onder normale omstandigheden op de meest rechter rijstrook.
  • Als je op een rijstrook rijdt, rij je in het midden van de rijstrook.
  • Rij in het algemeen niet over fietspaden (met onderbroken lijnen) en suggestiestroken (je ziet ze op 60-wegen ook met een gebroken lijn).
  • Wanneer je wordt ingehaald door een ander voertuig, neem je een positie aan die een veilige afstand gegarandeerd.
  • Bewaar een veilige volgafstand. Wat een veilige volgafstand is, wordt bepaald door de snelheid, de toestand van de weg en de weersomstandigheden. Je moet altijd veilig kunnen stoppen als er iets voor je gebeurt.
  • Als je achter een groot voertuig rijdt (wat je zicht belemmerd), is zelfs een grotere afstand vereist.

Bij het naderen van andere medeweggebruikers is in de volgende situaties extra voorzichtigheid geboden:

  • Smalle wegen, vaak betekent dit dat je nog meer moet vertragen of helemaal moet stoppen.
  • Wanneer beide bestuurders obstakels hebben, hier bepaalt de situatie wie er als eerste gaat.

Geven van signalen / communicatie

Gebruik geluids- of lichtsignalen om andere weggebruikers te waarschuwen voor een (komende) gevaarlijke situatie. Dit kan je claxon zijn of lichtsignalen / waarschuwingslichten. Reageer ook op signalen van andere weggebruikers en borden:

  • Knipperende (oranje) borden aan de kant van de weg / op de weg en van andere weggebruikers. Oranje knipperende lichten betekenen oppassen voor potentieel gevaarlijke situatie. Dit kan bijvoorbeeld een verkeersopstopping verderop zijn, een verminderd aantal rijstroken verderop of een auto die stilstaat op een ongebruikelijke (gevaarlijke) positie. Pas je snelheid aan.
  • Let op richtingaanwijzers van andere weggebruikers. Vaak wanneer andere bestuurders richting aangeven om af te slaan remmen ze even later ook: probeer te anticiperen!
  • Let ook op remlichten van andere bestuurders. Vaak kun je al in een vroeg stadium zien dat het verkeer voor je aan het vertragen is (vooruitkijken). Door vroegtijdig je gaspedaal los te laten, kun je zelf vaak de auto rollende houden. Dus ook hier: probeer te anticiperen.

Download de pdf hier:

Download Manual (EN)

Download Handleiding (NL)

Basiscursus autorijden

Kijktechniek en positie op de weg zijn de basisvaardigheden van een veilige bestuurder.

Bekijk deel 1 : Voertuigbeheersing

Bekijk deel 3 : Bijzondere manoeuvres

Of neem direct contact op

Bel ons op

+31 6 307 433 90

Mail naar

info@fastlanedriving.nl

Meld je aan